Trends januari 2012
![]() |
|
Trends in de farmacie nr. 10, januari 2012 De nieuwsbrief 'Trends in de farmacie' is een uitgave van PAOPractinet en wordt automatisch toegezonden aan abonnees en relaties van PAOPractinet en PAOFarmacie. Hart en vaten
Colesevelam (Cholestagel®) is geregistreerd in combinatie met een statine bij volwassen patiënten met primaire hypercholesterolemie die niet voldoende onder controle zijn met een statine alleen. Als monotherapie is colesevelam geregistreerd als adjuvante therapie om een verhoogd totaal-cholesterol en LDL-cholesterol te verlagen bij volwassen patiënten met primaire hypercholesterolemie voor wie een statine ongeschikt wordt geacht of die een statine niet goed verdragen. De gepubliceerde onderzoeken waarin de nieuwe indicatie voor colesevelam, gecombineerd met ezetimib, is onderzocht zijn kortdurende onderzoeken met geringe patiëntenaantallen waarin slechts effecten op surrogaatparameters zijn onderzocht. Er zijn geen effecten bekend op harde klinische eindpunten van morbiditeit en mortaliteit. Voorts zijn er onvoldoende gegevens bekend over de bijwerkingen. De fabrikant sponsorde al het onderzoek en was betrokken bij de analyse en publicatie van het artikel, alsmede bij het schrijven. Nader langetermijnonderzoek naar zowel de werkzaamheid als de bijwerkingen is nodig alvorens een plaatsbepaling kan worden gegeven. Kortom, er is geen reden dit middel voor deze indicatie voor te schrijven. Aldus het Gebu 2011;45:142 Centraal Zenuwstelsel
Depressie bij patiënten met de ziekte van Alzheimer wordt vaak met een antidepressivum behandeld. Ook in de CBOrichtlijn ‘Diagnostiek en medicamenteuze behandeling van dementie’ uit 2005 wordt het gebruik van antidepressiva aangeraden. Er zijn echter maar enkele gerandomiseerde, placebo-gecontroleerde studies (RCT’s) die het effect van antidepressiva bij deze patiënten onderzochten en de resultaten daarvan zijn niet eenduidig. Met name selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI’s) zijn slecht onderzocht, terwijl deze het meest worden voorgeschreven. In een onderzoek werden patiënten uit 9 centra voor ouderenpsychiatrie geworven die voldeden aan gevalideerde criteria voor de ziekte van Alzheimer. Alle deelnemers hadden langer dan 4 weken een depressie, met een score van 8 of hoger op de ‘Cornell scale for depression in dementia’ (CSDD). Er werden 326 patiënten gerandomiseerd in 3 groepen: sertraline, mirtazapine of placebo. De ernst van de depressie daalde in alle groepen. Na 13 en na 39 weken was er geen verschil tussen de placebogroep en de sertraline- of mirtazapinegroep. Ook als alleen ernstigere depressies (CSDD > 12) vergeleken werden, was er geen verschil. In de placebogroep hadden deelnemers een kleiner aantal en minder ernstige bijwerkingen. Dit is de grootste RCT tot nu toe en de resultaten suggereren dat deze antidepressiva geen verbetering van depressie geven bij Alzheimerpatiënten, en dat het gebruik hiervan in de eerste lijn moet worden heroverwogen. Lees verder NTvG 2011;155:A4018
De bestaande farmacotherapeutische mogelijkheden bij multiple sclerose zijn beperkt en toediening per injectie en ernstige bijwerkingen zijn uitgesproken nadelen. Het beschikbaar komen van een nieuw geneesmiddel dat per os kan worden toegediend is dan ook een groot voordeel. Het onlangs geregistreerde fingolimod is veelbelovend. Fingolimod wordt gefosforyleerd tot het farmacologisch actieve fosfaat. Het is een antagonist van de sfingosine-1-fosfaatreceptor aan het oppervlak van lymfocyten. Hiermee wordt vrijgifte van de lymfocyten in de circulatie voorkomen. In twee grote gerandomiseerde onderzoeken is de effectiviteit aangetoond. Fingolimod lijkt effectiever dan interferon bèta-1a. Vergelijkende studies met andere middelen ontbreken. Bijwerkingen lijken licht tot matig ernstig. Langetermijneffecten zijn echter nog onbekend en de ervaring is beperkt. Er zijn nog twee andere orale geneesmiddelen tegen MS in ontwikkeling, te weten cladribine en teriflunomide. Lees dit interessante geneesmiddelprofiel in PS 2011; 27: 96
Het is bekend dat mensen met type 2 diabetes (DM2) een tweemaal verhoogd risico hebben op dementie. Onderzoekers van de Utrechtse Diabetic Encephalopathy Study keken naar een mogelijke relatie tussen vasculaire en metabole risicofactoren en versnelde cognitieve achteruitgang bij mensen met DM2. Met vier jaar tussentijd werd twee maal een uitgebreid neuropsychologisch onderzoek gedaan bij 68 type 2 diabetespatiënten en 38 gematchte controles, bij aanvang gemiddeld 65 jaar oud. Een kwart (17/68) van de deelnemers met DM2 had een versnelde cognitieve achteruitgang bij herhaald neuropsychologisch onderzoek, vergeleken met de andere 51 mensen met DM2 en met de controlegroep. Hun cognitieve achteruitgang hield gedurende de vier jaar gelijke tred met de volumevermindering van hun brein zichtbaar op de MRI. Bij deze 17 mensen met DM2 bleek geen enkele risicofactor geassocieerd te zijn met hun versnelde cognitieve achteruitgang. BMI, systolische bloeddruk, lipiden en cardiovasculaire comorbiditeit voorspellen geen dementie. Ook glykemie en duur van diabetes hebben geen relatie met cognitie. Oncologie
Uit studies blijkt dat venlafaxine en clonidine het aantal opvliegers verminderden. Het zijn middelen die vaker voor deze indicatie worden gebruikt. Er zijn echter geen studies die deze twee middelen vergelijken met placebo bij patiënten met borstkanker. In een onderzoek kregen patiënten dagelijks venlafaxine 75 mg, clonidine 0,1 mg of placebo gedurende twaalf weken. De patiënten moesten bij aanvang en tijdens de behandeling vragen beantwoorden over hun opvliegers, seksleven, bijwerkingen, slaapkwaliteit, angsten en depressies. Venlafaxine leidde tot een snellere afname van opvliegers in vergelijking met clonidine. In week twaalf bleek echter de clonidinegroep minder opvliegers te hebben. Bijwerkingen als misselijkheid, obstipatie en verminderd hongergevoel kwamen vaker voor in de venlafaxinegroep. Lees verder PW 2011;48:24
“Ondanks het feit dat de kennis over kankerpijn de laatste decennia duidelijk is toegenomen, is de prevalentie van matig-ernstige kankerpijn sinds de jaren negentig niet veranderd. Grote internationale studies onder kankerpatiënten tonen prevalenties tussen 30% en 50%. Onderbehandeling blijkt een belangrijke reden voor de hoge prevalentie: volgens een recente review van de literatuur krijgt gemiddeld ruim 40% van de patiënten met pijn hiervoor een niet-adequate symptomatische behandeling. Voor Nederland zijn vergelijkbare percentages gevonden. Er is meer aandacht nodig voor de onderliggende redenen. Zo zijn patiënten zelf vaak terughoudend om hun pijn te melden vanwege angst voor de onderliggende ziekte, bijwerkingen van pijnmedicatie en verslaving. In de spreekkamer komt pijn daarom niet altijd aan de orde, te meer omdat het gesprek ook bepaald wordt door de communicatie over het ziektebeloop en de gerichte antitumortherapie.” Aldus Karin van der Rijt, hoogleraar palliatieve oncologische zorg Erasmus MC-Daniel den Hoed in het PW 2011;48-28
De tyrosinekinaseremmer gefitinib grijpt aan op het tyrosinekinase (TK) van de epidermal growth factor receptor (EGFR). Het is geïndiceerd voor de behandeling van lokaal gevorderde of gemetastaseerde niet-kleincellige longkanker (NSCLC) met activerende EGFR-TK-mutaties. Gefitinib geeft, mede door zijn metabolisme via CYP3A4 en transport via onder andere P-glycoproteïne, diverse interacties, zoals onder andere met maagzuurremmers, antacida, laxantia, CYP3A4-remmers/inductoren en CYP2D6-remmers/substraten. Dit artikel geeft, op grond van de literatuur en meningen van experts, adviezen voor de afhandeling van deze interacties voor zowel arts als apotheker. Lees verder PW 2011;48:30 Endocrien
Ondanks het huidige geneesmiddelenarsenaal bereikt een substantieel aantal patiënten met diabetes type 2 de streefwaarden voor bloedglucose, bloeddruk en overige cardiovasculaire risicofactoren niet. Dit pleit voor effectievere behandelstrategieën die zich richten op reductie of eliminatie van deze risicofactoren In dit verband is de nier wellicht een interessante optie omdat glucoseregulatie daar een belangrijke rol speelt. De natrium-glucose-cotransporter-2 (SGLT2) in de proximale tubulus van de nier reabsorbeert nameijk vrijwel al de gefiltreerde glucose en speelt dus een belangrijke rol in de glucoseregulatie. Remming van SGLT2 resulteert in stijging van glucose-excretie in de urine en daling van plasmaglucose- en HbA1c-waarden. Daarnaast leidt SGLT2-remming tot verlaging van de bloeddruk en het lichaamsgewicht en lijken er positieve veranderingen in de triglyceridewaarde te zijn. Door deze gunstige effecten bleken orale SGLT2-remmers zoals dapagliflozine en canagliflozine in fase 2 en 3-studies een gunstig effect te hebben op de HbA1c-daling bij diabetes mellitus type 2 patiënten. Langetermijnstudies dienen uit te wijzen of zij het cardiovasculaire risico verlagen en of ze veilig gebruikt kunnen worden. Daarnaast zal het mogelijke verband tussen verhoogde glucose-excretie en urogenitale infecties moeten worden onderzocht. Lees verder NTvG 2011;155:A3667
Luchtwegen
Bezorgdheid over groeiachterstand en toenemende weerstand van ouders voor het dagelijks gebruik van inhalatieglucocorticoïden door jonge kinderen zijn een aanleiding om te zoeken naar alternatieven, zoals het intermitterend toedienen van deze middelen. Een studie vergeleek placebo met zevendaagse kuren van hooggedoseerde vernevelde budesonide bij kinderen. De kuren, die werden gegeven bij de eerste tekenen van een luchtweginfectie, verminderden significant de ernst van luchtwegklachten zonder de groei van de kinderen aan te tasten. Een andere studie met fluticason bij kinderen met virale wheezing bevestigde deze resultaten. Op basis van deze resultaten werden 278 kinderen onderzocht met terugkerende wheezing-klachten en minimaal één exacerbatie gedurende een jaar [N Engl J Med. 2011;365(21):1990-2001]. De kinderen werden onderverdeeld in groepen en kregen tweemaal daags 1 mg budesonide ter inhalatie gedurende zeven dagen (bij het begin van een luchtweginfectie), dagelijks 0,5 mg budesonide ter inhalatie of placebo. Het aantal exacerbaties was in de budesonidegroepen niet verschillend. Ook was er geen verschil in de tijd tot de eerste exacerbatie of bijwerkingen. Wel was de gemiddelde blootstelling aan budesonide 104 mg lager in de intermitterende groep vergeleken met dagelijkse inname. Lees verder PW 2011; nr 51/52:18 Digestivus
Sulfasalazine en mesalazine worden al decennia lang gebruikt bij de behandeling van patiënten met een inflammatoire darmziekte (IBD). Deze middelen worden over het algemeen goed verdragen, maar beide hebben een breed scala aan bijwerkingen. Aminosalicylaten zijn de eerste-keusbehandeling van colitis ulcerosa. Voor de ziekte van Crohn is echter nooit overtuigend aangetoond dat sulfasalazine en mesalazine het ziektebeloop daadwerkelijk kunnen beinvloeden. Desondanks worden deze middelen bij patiënten met de ziekte van Crohn nog vaak ingezet. Uit een recente meta-analyse blijkt dat 5-ASA voor de ziekte van Crohn niet effectief is ten opzichte van placebo en inferieur is aan glucocorticoiden. Als eerstelijnsbehandeling zijn 5-ASApreparaten dus niet geschikt voor de ziekte van Crohn. Lees verder NTvG 2011;155:A3842 Divers
In deze nieuwe standaard zijn de NHG Standaarden Hormonale anticonceptie en het spiraaltje samengevoegd en uitgebreid met andere vormen van anticonceptie
Boeken
Onlangs is de negende editie van het Groninger Formularium verschenen. Het werk is een product van de Groninger Apotheken Vereniging (voorheen KNMP Departement Groningen). Het komt tot stand door belangeloze inzet van een commissie van (ziekenhuis)apothekers en huisartsen uit de regio. Het is een typisch eerstelijnsformularium met een groot draagvlak in de regio. De basis voor het Groninger Formularium zijn de richtlijnen uit het Groninger Transmuraal Formularium - een product van de Proeftuin Farmacie Groningen -, de NHG-standaarden, CBO-richtlijnen en specialistenrichtlijnen, aangevuld met de meest recente evidence uit de wetenschappelijke literatuur. In samenwerking met de Proeftuin Farmacie Groningen wordt het Groninger Formarium ook als digitaal EVS voor de huisartsencomputers beschikbaar gemaakt. Belangstellenden kunnen het boekje bestellen via de website www.gavgroningen.nl.
Onlangs is Kijk op medicijnen verschenen, een 496 pagina's tellende pil van een boek, geschreven voor de geïnteresseerde leek (de patiënt), studenten en jongerejaars beroepsbeoefenaren, maar mogelijk ook interessant voor ervaren professionals in de gezondheidszorg. Kijk op medicijnen is geen encyclopedie, maar legt uit wat een geneesmiddel is, hoe belangrijke groepen van medicijnen aangrijpen en hoe men er in de praktijk mee omgaat. Wat is een rationele aanpak van een aantal veelvoorkomende ziekten; welke combinaties van medicijnen zijn ongewenst en waarom; hoe verwerkt het lichaam de chemische stoffen en wat is het risico; waarom en wanneer ontstaan bijwerkingen; is er nog plaats voor alternatieve geneeswijzen; hoe zit het met de farmaceutische industrie en wat is in dit verband de rol van apothekers, huisartsen en medisch specialisten? Verkrijgbaar via www.geneeskundeboek.nl en bij de boekhandel voor 37,50 euro. Nascholing
► 26 januari - 'Klinische chemie' - Utrecht In 5 verschillende modules worden klinisch chemische, endocrinologische en hematologische parameters besproken door inhoudsdeskundige klinisch chemici. De cursus biedt verdieping en achtergrondkennis op het gebied van de klinische chemie en laboratoriumgeneeskunde alsook de invloed van geneesmiddelen op laboratoriumparameters. De inhoud van de modules sluit aan bij het werkterrein van de apotheker (zowel eerste als tweede lijn)." Laboratoriumuitslagen en geneesmiddelen: mogelijkheden voor effectieve farmacotherapie! (U kunt deze modules ook los volgen.) ► 27 januari – 'Dilemma’s in de praktijk' De praktische dilemma’s (casuïstiek) uit de farmacie staan centraal. Er wordt geoefend met een beproefde methode voor moreel beraad: het 7-stappenplan. Het doel van deze module is: inzicht in een veelheid van praktijkdilemma’s en ontwikkeling van het vermogen om nieuwe gevallen professioneel te beoordelen. ► 9 februari – 'Integrale diabeteszorg' – Utrecht Steeds vaker wordt bij mensen diabetes mellitus (suikerziekte) vastgesteld. Dit komt door een verbeterde opsporing en mogelijk door de toenamen van overgewicht. Binnen de apotheek wordt de zorg voor diabetespatiënten daardoor steeds belangrijker.
► 6 februari - 'Quality management' - Utrecht The course offers an integrated approach on quality management in the pharmaceutical, biotechnological, medical device industries and hospitals to safeguard the quality of their products. Expert knowledge and real life case studies are combined and presented and coached by professionals from Industry, Universities and Health Care Inspectorates. The training is interactive. Ga voor meer informatie naar www.paofarmacie.nl. E-learning
Nu kunt u ook accreditatie-uren verdienen door de Trends Kennistoets te maken (2 accreditatie-uren per toets). U kunt ook een abonnement nemen; u betaalt slechts € 195,- voor 10 toetsen (20 accreditatie-uren)! Heeft u al een abonnement op de Trends kennistoets afgesloten? Dan kunt u meteen starten met het maken van uw toets: klik hier voor de Trends Kennistoets. * Dr. F. Moolenaar, Farmacie, RU Groningen Wenst u deze nieuwsbrief niet te ontvangen? Laat het ons weten onder vermelding van uw naam en e-mailadres, via deze link.
|
